HO(me) > SKIPFANS > Peter Groen
SKIPtram
 

Peter Groen

Peter is een jong en enthousiast modelbouwer en van beroep vinoloog.

08-08-2018

Een Kato italiaan. Erg leuk gedaan en een verrijking voor de Italofiel.

Het betreft het catalogus nummer van Kato  K30905 en de kleur van de deur is Revell 31190

09-0702018

De Eros Ramazotti tram gemaakt van een Stanga imitatie van Halling.


20-07-2016

De bijwagen voor de Düwags gebouwd door Peter.


16-10-2015

Betreft de PCC van Antwerpen van Ferivan.

Ben zelf de laatste tijd ook weer wat bezig met bouwen, en dat bevalt weer heel goed. Heb de PCC van Ferivan onder handen genomen. Spiegels gemonteerd, de mooie messing koppelingen, Dakantenne, Tron Lampje (en stand aangepast), draaistellen iets geweatherd, interieur geschilderd, lade voor decoder in dak gemaakt, alle transfers erop uiteraard.  Al met al werkjes van niks maar het model knapt er wel van op. En dat geeft dan weer dat lekkere voldane gevoel. 




01-12-2014

Betreft extra reclames op werkwagens van Kato.

Dag Paul, Geslaagd, en zeer content mee! Zie foto.
Groetjes Peter



2011?

Onderstaand een wel heel uitgebreid bericht van een relatief jonge modelbouwer die de bouw van zijn eerste trammodel beschrijft.

Een Rotterdamse Kleine Schindler in model

 

Tekst en foto`s: Peter Groen

 

Op een beurs in Houten heb ik een resin kapje van een RET Kleine Schindler gekocht. Een Rotterdamse vierassige tram van de Zwitserse Wagonfabriek Schindler A.G. Hoe van dit kapje een rijdend model is ontstaan leest u in onderstaand artikel. Maar eerst een stukje historie van het grote voorbeeld.

 

Ter vervanging van de laatste tweeassige wagens zocht de RET begin jaren vijftig naar nieuw materieel. In Zwitserland, bij de Basler Verkehrsbetriebe had men ultralichtgewicht rijtuigen (voor die tijd) waar de Rotterdammers ook wel oren naar hadden. Er werden in Zwitserland 15 vierassige motorrijtuigen (heel eenvoudig 1-15 genummerd) besteld, en afgeleverd in 1957. Ook werden er 14 zesassige enkelgelede motorwagens geleverd, de serie 231-244. De vierassige trams werden al snel Kleine Schindler genoemd, en de langere zesassers Gelede Schindler. Er werd natuurlijk gekeken naar verbeterpunten ten opzichte van het oudere materieel. Men heeft onder andere aandacht geschonken aan de passagierscirculatie. Bij de oudere typen werd gebruik gemaakt van een middenbalkon, waarbij het in- en uitstappen dus op een plek in de wagen gebeurde. Daardoor (en door de ongedisciplineerde jaren vijftig Rotterdammer) ontstond vertraging bij de haltes. Bij de Schindlers is daarom gebruik gemaakt van meerdere deuren met een nieuw in- en uitstapbeleid.

Een andere bijzonderheid is de ligging van de vloer, namelijk onder een helling. Aan de achterzijde ligt de vloer 560 mm boven de straat, aan de voorzijde 820 mm. Dit om het instappen achterin gemakkelijk te maken. Het achterste (loop)draaistel had daarvoor veel kleinere wielen. Toen was men dus al bezig met een vorm van een lagevloertram.

 

De toendertijd revolutionaire ultra lichte techniek bleek niet erg succesvol. De lichtgewicht constructie bleek in ons klimaat veel kwetsbaarder dan men in midden Europa gewend was. Er waren ook problemen met de elektrische deuren, railremophangingen, solenoïde remconstructies, en fluitende omvormers. Mooie vaktaal. Al met al redenen dat er nooit een vervolgbestelling is geplaatst.

In de loop der jaren is er veel aan de trams veranderd. Vanaf 1967 moesten ze allemaal voorzien zijn van richtingaanwijzers en remlichten, voor het steeds drukker wordende verkeer. Er kwam een grotere  ruitenwisser, een elektrische bel, mobilofooninstallatie, een zonneklep, zijspiegel, de luchtgaten op het front voor de voorruitverwarming zijn dichtgemaakt en ga zo maar door. Er hebben ook verschillende typen pantografen dienst gedaan op het dak.

 

De Kleine Schindlers zijn van 1982 tot 1986 afgevoerd en gesloopt. Eentje, wagen 15, word bewaard door Romeo, de Rotterdamse openbaar vervoer stichting. De Gelede Schindlers zijn vanaf 1979 tot 1985 afgevoerd. De 242 is bewaard. In hun leven hebben ze volgens mij zo`n beetje op alle lijnen in Rotterdam dienst gedaan. Toen was geluk nog heel gewoon.

 

Philotrain heeft ooit een model van de Kleine Schindler uitgegeven( Skiptram : Philotrain in combinatie met "van der Priem"nummer 101 in 1979 75 stuks a HFL 490,--). Van de Gelede weet ik het eigenlijk niet ( SKIPtram: Philotrain in combinatie met "van der Priem"nummer 103 in 1981 50 stuks op een Roco onderstel zodanig dat het geheel niet door de bocht ging a HFL 575,--)  . Naast Philotrain is er nooit een grootserie fabrikant op het idee gekomen deze trams in model om te zetten.

 

 

Op een beurs in Houten liep ik tegen een (bijzonder) enthousiaste Duitse tramhobbyist aan. Deze maakt zelf kappen van tramtypen die niet in model te koop zijn, van resin. Een bleekig kwetsbaar soort kunststof. De Artitec huisjes worden er ook van gegoten. Bij de stand lagen ook kappen van de Schindlers. Naast Allans met bijwagens, ZGT`s, Amsterdamse drie assers, de echte tramgek smult ervan. Ik heb wel eens momenten dat ik denk dat ik veel kan, en daarom kocht ik voor 30 Euro een kap bij de beste man. Ik kreeg er zelfs een bodemplaatje bij, een gegoten dakweerstandkast en een loopdraaistelletje zonder wielen. Blij als een kind toog ik naar huis, het kapje stevig in het vuistje geklemd.

 

Een maal thuis ligt zo`n kap maanden in de kast. In al mijn enthousiasme had ik er niet zo snel bij stilgestaan dat ik de rest van het model helemaal zelf moest bouwen. Een rijdend onderstel, om maar eens een klein detail te noemen. En waar haal ik de pantograaf vandaan, de juiste verf, opschriften…. Omdat ik het type tram eigenlijk helemaal niet kende, heb ik een tekening bij de Nederlandse Vereniging voor Modelbouwers besteld. Ook heb ik bij het Rotterdamse Tram Museum een boekje besteld met veel info. Het nadeel van dit soort oudere types is dat je niet zo veel foto`s en informatie op internet kan vinden. Van de GTL, de huidige Haagse stadstram staan bijvoorbeeld echt duizenden foto`s op internet. Terecht, want het is een fijn ding.

 

Aan de slag

Nou, en dan toch een keer beginnen. Ik heb een hoop extra onderdelen en opschriften kunnen bestellen bij Paul Sassen alias SKIPtram, een tandarts uit Huissen welke ook zeer enthousiast tramhobbyist is. Hij heeft ook een Kleine Schindler gebouwd, maar dan de afleveringstoestand. Hij maar eens op www.skiptram.nl.

Het afgietsel zag er vrij goed uit. In ieder geval goed op schaal. Her en der een luchtbelletje, dat heb ik opgevuld met plamuur, Plasto van Revell. Even lichtjes schuren na het drogen en je ziet er niets meer van. Gietbraampjes heb ik met een vijltje weggehaald. Dan lijkt het geheel meteen al een stuk netter.

 

Daarna heb ik geprobeerd alle losse onderdelen na te maken. Dat wil zeggen alle details die niet op de kap zaten. Dakreclame borden van styreen, een spiegel van metaaldraad en styreen, een dakbel van een stukje plastic uit de rommeldoos. De gegoten dakweerstand (in het echt een langwerpig ding met halve bolle vorm) die ik bij de kap kreeg had niet de juiste vorm, die heb ik daarom zelf gemaakt van heel fijn gaas en styreen. Meer werk, maar een mooier resultaat. De pantograaf komt van Halling, een Oostenrijkse kleinseriefabrikant van modeltrams. Ook de luidsprekers op het dak heb ik nagemaakt, van oude lichtgeleiders uit de rommeldoos en fijn ijzerdraad.

 

De raamlijsten zijn een verhaal op zich. De kap heeft gewoon gaten in de zijkant ter grootte van het raam. De echte Schindler heeft daarentegen raamlijsten, met aan de deurzijde ook ramen die open kunnen. Deze raamlijsten waren aluminiumkleurig, en vielen in de donkergrijze kleur van de zijwand behoorlijk op. Dat moest mijn model dus ook hebben. Ik heb daarvoor van metaaldraad de raamlijsten gebogen, door steeds weer te passen, en te buigen met een tangetje. Een monniken werk van een paar avonden lang. Het draad is niet zo flexibel dat je het meerdere keren kunt buigen, dus net wanneer je drie hoeken mooi erin hebt zitten, en je de vierde terug buigt omdat het net niet past, breekt het draad en kun je weer opnieuw. Er zijn er verschillende in de prullenbak beland. Een frustrerend klusje. En eigelijk valt het resultaat nog tegen ook. Ondanks dat je nog zo je best doet om zo recht mogelijk te buigen, uit de losse hand is dat erg lastig. Dus er zitten er toch nog een paar scheef in de sponning. Bah. Volgende keer doe ik het anders. Ik weet alleen nog niet hoe.

 

Het onderstel was ook een uitdaging. Ik had nog niet eerder een rijdend onderstel gebouwd. Ik kreeg van Paul Sassen een bodemplaatje van een Haagse tram mee als voorbeeld, geschikt voor Halling motor en draaistel. Hier heb ik veel aan gehad. Het met de kap meegeleverde plaatje heb ik niet gebruikt, dit was ongelijkmatig gegoten. Ik heb een nieuwe gemaakt van styreen, waarbij ik de oude als mal heb gebruikt. Vervolgens heb ik precies de uitsparingen overgenomen van het Haagse bodemplaatje, zodat de Halling onderdelen (en een flexibele GM & S cardanas) hier in passen. Het voorste draaistel is een aangedreven draaistel van Halling (met de juiste asafstand voor een Rotterdamse tram), met tandwielen en stroomafnemertjes. Het enige wat ik hoefde te doen is die erin en de draadjes vast solderen. Na een spoedcursus solderen op de club van en met Jonny`s schroeibout zijn die draadjes thuis gelukt. Maar toen het loopdraaistel. Bij het kapje werd keurig een klein blokje meegeleverd, waar de kleine asjes zo in gedrukt kunnen worden. Spuiten, vastschroeven, klaar. Daarna tijd over voor een wijntje. Echter was ik, lomp als ik ben zo bruut het blokje te breken in een onbewaakt ogenblik. Iets waar trouwens bijzonder weinig kracht voor nodig was. Wat leer je het materiaal dan goed kennen.

 

Ik moest dus het loopdraaistel opnieuw maken. Na enig meten, snijden en plakken is dat gelukt. Styreen is best fijn spul. Eerder had ik met proefritjes al de conclusie getrokken dat het wel fijn zou zijn als dit draaistel ook stroom zou kunnen afnemen, als alleen het aangedreven draaistel dat zou doen zou het met twee assen wel erg karig zijn. Bij een Roco rijtuig had ik ooit extra stroomafnemertjes gekregen met de draadjes er al aan gesoldeerd. Voor strebers die binnenverlichting willen inbouwen. Hoe sympathiek. Die stroomafnemers heb ik geprobeerd te gebruiken. Een lang proces van falen en leren volgde. Eerst had ik de wielen door de stroomafnemers met elkaar doorverbonden, waardoor kortsluiting ontstond. Daarna liepen de stroomafnemers te zwaar aan tegen de wielen waardoor deze niet mee draaiden tijdens het rijden. Om een lang verhaal kort te maken: Het inmiddels derde loopdraaistel voldoet nu, met zeer dunne stroomafnemers en wielen die keurig meedraaien. Als extra gewicht heb ik twee nooit gebruikte vliegwielen van GM & S opgeofferd, en daarnaast ook loden (vis)kogeltjes op de bodemplaat gelijmd. Ready was ik. Peter heeft zelf een rijdend onderstel gemaakt.

 

Het interieur heb ik gemaakt van een plaatje styreen, wat ik zo op het onderstel kan schroeven. Zo is de motor vanuit het interieur niet te zien. De bankjes van de Mastica Plan E kon ik goed gebruiken. Ik heb ze wel in de juiste kleur bruin geschilderd. Omdat een tram smaller is, heeft deze vaak een rij enkele stoelen aan een kant, en een rij dubbele aan de andere kant. Uiteraard heb ik het volgens tekening nagemaakt. Ook de sta-stangen heb ik op de goede plaats ingelijmd. Een brandweerman van Preiser is zijn helm kwijtgeraakt en heeft plaatsgenomen op de bestuurdersstoel.

 

Omdat deze trams geen koppeling hebben, hebben ze op het front en de achterkant een dubbel sleepoog. Zo kunnen ze bij storingen worden weggesleept. Met messing sleepoogjes van Spoorcuriosa heb ik dit nagemaakt, wat een erg goed resultaat geeft, al zeg ik het zelf. Het geeft de kop en achterkant wat meer smoel.

 

De weken vlogen voorbij, de spaarzame vrije tijd werd besteed aan mijn Rotterdamse tram en al snel was ik toe aan het schilderen. Ik heb het geheel in de grondverf gezet met een simpele spuitbus van de Hema. Mooi resultaat en geen gesodehatseflats met een airbrush.

Het afplakken was een hele klus, maar het resultaat is er dan ook naar.

De okergele kleur waar de RET in die tijd mee reed, is niet te koop. Ik heb eens gehoord dat het geen RAL kleur is. Het schijnt dat de medewerkers van de werkplaats de kleur zelf mengden, met een grote pot geel waar wat zwart in gedruppeld werd. Daardoor reden de trams in Rotterdam niet allemaal in precies dezelfde tint okergeel. Na wat heen en weer zoeken bleek de oplossing hiervoor erg eenvoudig: in een winkel met restpartijen vond ik een spuitbus met verf voor trekkers, in ogenschijnlijk de juiste kleur. Deze meegenomen, en thuis geprobeerd op een oud stukje resin, om te kijken of die twee elkaar wel aardig vonden. Dat bleek geen probleem, en de kleur is vrijwel gelijk aan de kleur op de foto`s, zo niet overeen. Dat was mazzel.

 

De donkergrijze verf om de ramen heen is een oud potje van THS wat ik van Noppie heb gekregen. Dit heb ik verdund en met een airbrush gespoten. Ik gebruik de goedkoopste airbrush van Revell, zo`n hobbyding met een spuitbus gas als druk. Knullig, maar het werkt prima. Ooit zal ik wel eens wat beters moeten kopen natuurlijk. Later als ik groot ben. Het dak is gespoten met Revell licht olijf. Beter een paar dunne laagjes dan in een keer een hele golf heb ik gemerkt. De raamlijsten en overige details heb ik ingekleurd met een zilverpen, zo`n kerstkaartenschrijver. Je kunt er heel gedetailleerd mee werken, maar het droogt niet echt snel. Later niet meer aankomen dus.

 

Toen waren de opschriften aan de beurt. Op mijn kleine trammetje zitten maar liefst 46 losse transfers! Lijnnummers, bestemming, logo`s, wagennummers, reclame, best even prutsen. De Schindler heeft gedeelde deuren die naar binnen dubbel klappen, dit heb ik nagemaakt door dunne en iets dikkere rechte zwarte lijnen op de deuren te plakken. Dit zijn transfers van TL Decals. Dat geeft een erg mooi resultaat. Recht aanbrengen is wel even knoeien. De reclame op de zijwanden komt van de opschriftensetjes van de schuine reclamebanen van NS treinstellen. Knopjes om de deuren open te maken kon ik uit een oud Kleinspoor setje halen.

De kop, knipper- en achterlichten zijn piepkleine lensjes van Tron, een Franse fabrikant. De lensjes zijn eigenlijk bedoeld voor automodellen maar geeft dit model ook een goed aanzien. Ze zijn bol, en hebben een spiegelende achterkant. Ik heb ze vastgezet met Kristal Klear. Functioneel licht inbouwen was me nog een stap te ver. De meegegoten knipperlichtjes aan de zijkant heb ik dan ook van een makkelijk strijkje oranje verf voorzien. Er zijn mensen op de club al wekenlang aan het aandringen over de meest bizarre vormen van digitale binnenverlichting, misschien in de toekomst voor een ander model. Zelf een aandrijving maken was al een flinke kluif.

 

Ik heb het model iets geweatherd, vooral het dak wat stoffig. Niet te veel, echt smerig zijn trams nooit. Daarna een klein waasje matte lak om dit en de transfers te fixeren. Ook weer uit een spuitbus. Gemak dient de tramhobbyist.

 

Als laatste de beglazing. Dit is uitgesneden uit Vivak van Bayer van 0.5 mm dik. Een doorzichtige plasticsoort die kraakhelder is en goed te bewerken. Dit is ook weer vastgezet met Kristal Klear. Mooi spul, alleen bij de spiegeling van het licht zie je dat er glas in de ramen zit. En bij de sneue vlekjes Kristal Klear…

 

Hiermee heb ik mijn eerste trammodel gebouwd. Ik ben erg tevreden met het resultaat. Niet dat ik meteen de Rail Magazine kan bellen, maar het model heeft absoluut de kenmerken van het grote voorbeeld. Ik heb eens bijgehouden wat ik aan dit model heb uitgegeven, maar al met al kom ik toch nog op €180 voor de kap, verf, transfers, losse onderdelen etc. Best nog wel een bedrag voor zelfbouw. Je hebt er ook twee nieuwe, goed rijdende Roco trams voor, maar dan heb je niet heel veel bijzonders. De volgende keer maar niet alles meteen bestellen wat ik tekort kom. Ik ben ongeveer 80 uren bezig geweest. Tijdens de bouw heb ik veel nieuwe technieken geleerd. Omdat er geen fabrieksmodellen van dit type zijn, is het een extra uniek model. Dit smaakt naar meer!

 

 


 

powered by cmsimple.dk - template by 2bdesign.de